Brief 1 Kirsten aan Charron
Lieve Charron,
Het duurde even, maar hier is-ie dan: mijn eerste brief! Ik had met Marilien een mooi gesprek in de auto over van gemixte afkomst zijn en wat voor invloed dat heeft op zelfidentificatie, maar ook op hoe anderen je zien of categoriseren. Ik vind dat zelf dus een behoorlijk verwarrend gegeven. Wie weet dat deze briefwisseling daar wat mooie inzichten in kan brengen:)
Ik ben opgegroeid in een hele witte omgeving (wat wil je ook in het Gooi ;)) en heb me eigenlijk nooit heel 'anders' gevoeld. Ik hoorde erbij. Of ja, meestal dan, want er waren wel eens kinderen die spleetogen trokken en iets in de trant van Hanky Panky chinees riepen. En ik schaamde me dood voor m'n tweede naam: Ching Mei. Dus ja volgens mij zag (zie?) ik mezelf helemaal niet als anders (lees: niet-wit), behalve op de momenten dat het wordt benoemd. En volgens mij komt mijn schaamte of ongemak ook voornamelijk op als ik word geassocieerd met Chinees-zijn.
Superinteressant, want mijn opa en oma zijn van Chinees-Indonesische afkomst: Peranakan wordt die groep genoemd. En zij identificeren zich dus wel met Chinees-zijn. Volgens mij is m'n opa vooral best trots op die afkomst. Hij is altijd over China aan het lezen, maar spreekt geen woord Chinees. Ik vermoed dat de discriminatie die zij dan weer meemaakten in Indonesië tijdens de onafhankelijkheidsoorlog er deels toe heeft geleid dat m'n opa en oma vasthouden aan hun Peranakan-identiteit. Terwijl ik veel liever wil worden gezien als Indonesisch dan Chinees. Mensen hebben toch een positievere associatie met Indonesië dan met China. Ik weet ook nog wel dat m'n moeder (wiens ouders dus uit Indo komen) Chinese toeristen altijd een beetje belachelijk ging maken. Alsof ik daarmee leerde dat dát dus niet is wat wij waren. M'n moeder heeft niks met China, maar Indonesië speelt wel een grote rol in haar leven. En ook in m'n vaders leven overigens, want die is door haar in het land geinteresseerd geraakt en is nu hoogleraar Indonesisch recht. Zo zie je maar.
Ik spring echt enorm van de hak op de tak trouwens, haha, sorry daarvor. Maar er zitten ook zo veel facetten aan. Wat ik voor nu nog even kwijt wil is dat ik soms het idee heb precies de 'voordelen' te hebben van van gemixte afkomst te zijn. Ik zie er wit genoeg uit om niet echt met discriminatie te maken te hebben (hoogstens opmerkingen over 'oh je hebt iets exotisch'), maar word volgens mij ook echt minder snel nagefloten of geïntimideerd op straat, vergeleken met blonde vriendinnen.
Ook voel ik me net niet 100% aangesproken als het gaat om wit privilege, terwijl ik dat volgens mij wel heel erg heb. Dus dat is iets geks waar ik me schuldig over voel. Dat ik bijvoorbeeld in de Bijlmer woon en me dan nét iets minder een indringer / white privileged yup voel. Terwijl dat hele gentrificatievraagstuk zo erg over klasse gaat, en daarin ben ik natuurlijk zeer bevoordeeld. Maar soms helpt het om iets meer te kunnen blenden of zo, een soort sympathy points die ik niet 'verdiend' heb door negatieve ervaringen met racisme. Weird he? Een soort imposter-gevoel, vermengd met white guilt. Of een soort schuldgevoel over het kunnen doorgaan als wit. Passing white.
Heb jij ooit dat soort gevoelens gehad? Ik ben heel benieuwd naar jouw verhaal. Hoe identificeer jij je en hoe ziet de buitenwereld jou? Wat voor lessen heb jij meegekregen van je familie - was afkomst bij jou thuis vroeger een belangrijk onderwerp? En hoe denk jij dat klasse en afkomst bij jou intertwined zijn en door elkaar lopen in hoe je jezelf ziet?
Voor nu even tot hier! En trouwens nog gelukkig nieuwjaar!
Liefs,
Kirsten