Oh, wat wilde ik hem graag zoenen

Lieve Roos,

Zoals beloofd probeer ik je antwoord te geven op je vraag. Wat wil daar gezien worden? En toen kwam dit šŸ˜Š.

Ik lig hier in mijn tent op een fijne camping in Frankrijk aan het strand. Met een midgetgolfbaan (woop woop, word ik dus heel enthousiast van), een miniclub voor de kids (I know, errug, maar fijn voor de luie ouder) eindeloos veel zon, een zwembad en fijne familieknuffels. Ik lig wakker, het was een korte nacht. Die zijn er soms. 

Ik dacht, ja!! Het moment is nu. Ik ga je schrijven. Meestal begin ik dan gewoon en gedurende de dag (soms twee dagen) wordt de brief gefinetuned, herschreven en probeer ik spellingsfouten eruit te halen. Sodeju, wat ben ik daar slecht in... Zelfs met een vader die vroeger Nederlands gaf op een middelbare school in Amsterdam, gaat het niet vanzelf.

Hang naar geloof en zingeving... Dat delen we. Tegelijkertijd zit ik gevoelsmatig ook in een soort ontkennings- en egocentrische aanrommelfase. 

Kijken of ik nog een beetje in de markt lig, het liefst gewoon nog ouderwets wil tongen in een steegje

Niet ouder willen worden is zo'n ding bijvoorbeeld, op mijn 43e wil ik graag nog jeugdig, enigszins appetijtelijk en begeerlijk zijn en blijven. Een ego-ding, wat weinig spiritueels om het lijf heeft. Maar iets wat dus heel erg gaat om het ik. Leuk en knap gevonden willen worden. Kijken of ik nog een beetje in de markt lig, het liefst gewoon nog ouderwets wil tongen in een steegje. Dat soort dingen. Hard willen lachen, mezelf een stuk in mijn kraag willen zuipen en af en toe een pilletje. Los willen zijn, even geen verantwoordelijkheid willen dragen, geen gezinsfabriekje willen zijn, vrij willen zijn, op willen gaan in de menigte en niet aangesproken willen worden met U. En dan zeggen, 'zeg maar jij'. Treuriger wordt het niet. 

Ik was altijd en overal de jongste, die veel te luide, brutale, aanwezige, gekke, uit de ban springende, wilde, onstuimige jonge Sasha. Een beetje van God los. Diep in het nachtleven en eindeloos achter en aan de bar en op de dansvloer. Ik had schulden, heel veel schulden, woonde antikraak, dat waren de kosten niet, maar uitgaan kost een hoop en veel rondjes geven ook, veel onbeduidende flings, allerhande verliefdheden, one night stands en allerlei schaamteloze aanwezigheden. Het ging om gezien willen worden, erkenning zoeken, mijn plaats opeisen, me laten horen en ruimte innemen. 

In een gezin met een hele agressieve en manipulerende zus, een boze pa en een moeder die haar eigen emoties al nauwelijks onder woorden kon brengen, heb ik altijd gehoord: doe gewoon, stel je niet zo aan, wat ben je toch zorgelijk en te gevoelig. Er was geen ruimte voor mij in het boze, directieve en autoritaire gezin om mezelf te zijn of om gezien te worden. (Voel meteen de behoefte om daarbij te benoemen dat ze binnen hun mogelijkheden echt hun best hebben gedaan, ons goed verzorgd hebben. Ze kwamen zelf nu eenmaal ook uit na-oorlogse, stel-je-niet-aan, emotioneel onthande en onthechte gezinnen.)

Heel gezond en uitgebalanceerd was ik niet, maar ook in alle nachtelijke escapades zaten mijn ontluikende ikken

Dat gezien willen worden, dat kwam dus later met een hoop kabaal en zelfdestructief gedrag tot stand. De zoektocht naar vrijheid en verbinding vond ik achter en aan de bar. Naast de onveilige seks en foute, maar ook leuke vriendjes, vond ik er ook mijn stem, geweldige langdurige onvoorwaardelijke vriendschappen en leerde ik mijn heftige gevoelens onder woorden brengen, leerde ik analyseren en leerde ik langzaam het leven wat beter begrijpen.

Terugblikkend en lezend in oude dagboeken voel ik de eenzaamheid, de angst en de ongekende zucht naar grenzeloosheid, maar ook een tomeloos levensplezier. Heel gezond en uitgebalanceerd was ik niet, maar ook in alle nachtelijke escapades zaten mijn ontluikende ikken. Het delen, het schreeuwen, het dansen, het zoenen, de ongekende mogelijkheden van de nacht, het eindelijk mogen voelen en leven maakte dat ik hoog vloog en diep dook. 

Gek genoeg ging het destructieve gedrag ook samen met het afwerpen van de eerste geĆÆnternaliseerde, diep ingesleten gedachten over mezelf. Ik ben niet goed genoeg, niet slim genoeg, niet mooi genoeg, niet van waarde. Ik probeerde de waarde van mezelf te ontlenen aan de blikken van anderen en te meten aan de hoeveelheid bedpartners. 

Ik werd laat volwassen, de ontmoeting met vriend is een belangrijk punt. Het baken als antwoord op mijn grillige zijn. Een man die altijd bleef staan, ondanks alle onzekere ikken die in tentoonspreidde. Samen zijn wij gegroeid, ben ik gegroeid en ben ik sterker geworden, zijn wij sterker geworden. De afgebroken zwangerschap was ook een belangrijk kantelpunt, waarna ik een hele diepe urgentie voelde mijn leven op de rit te krijgen. Ik kon onder die omstandigheden met goed fatsoen geen kind op de wereld zetten. 

Ik betaalde geen zorgzekering, geen belasting, geen boetes

Ik moest eerst de verantwoordelijkheid leren nemen voor mezelf en mijn leven. Ik ben mijn schulden gaan oplossen (mijn ouders hebben deze voor een groot deel betaald), en echt, die waren niet mals. Ik betaalde geen zorgzekering, geen belasting, geen boetes. Ik ben echt gaan studeren en niet een beetje half, maar gewoon voltijd en elke dag en ben cold turkey uit het nachtleven gestapt. Toen pas zette ik mijn eerste stappen van een kind naar een enigszins volwassen zijn. Emoties werden gereguleerd, benoemd, besproken, er werd samengewoond, er kwamen katten, er werd gekookt, veel minder gezopen, opgeruimd, en de post werd in plaats van onder de kast geschoven gewoon opengemaakt en de rekeningen werden keurig betaald. 

En ja, toen ging ik natuurlijk ook nog los, maar alles was zoveel meer in evenwicht. En ik werd 29, haalde een diploma, we begonnen aan de kinderwens, huurden een huis, kregen een kind, kochten een huis, kregen nog een kind, en ik werd bevangen door het familieleven en we vergaten onszelf en elkaar. Zoals dat bij de meeste mensen gaat. Opgezogen en ondergedompeld in het nieuwe leven en ik werd me ineens bewust dat ik onderweg allerlei delen van mezelf was kwijtgeraakt. En toen zat ik vorig jaar aan het begin van de zomer bij een kampvuur ergens op een festival, naast een leuke grappige geĆÆnteresseerde knappe vent. Die datgene zag wat ergens in de diepte was verdwenen. Een leuk, aantrekkelijk, grappig, gek, vrolijk, begeerlijk meisje.

Nou, toen was natuurlijk even het eind zoek. Ohhhh, wat wilde ik hem graag zoenen. Dat verlangen, die hunkering, die was ongekend. Ik deed het niet, maar ik zat eindeloos gevangen in verlangens en fantasieĆ«n. Ik dook in de boeken van Esther Perel, ging eindeloos op zelfonderzoek. Wat betekent dit, zit het niet goed tussen ons? Ik biechtte mijn verlangens op en we gingen in therapie. Met hem bleek ook ineens van alles aan de hand en ook gewoon een mens met zijn eigen angsten, verlangens, verwachtingen, grenzen en demonen. Ik wilde ineens een non-monogame relatie, wilde op avontuur en niet in een keurslijf van een relatie. Of nou ja, zoals het mij natuurlijk het beste uitkwam, als het nu andersom zou zijn zou ik natuurlijk meteen in de kramp schieten, want zo spiritueel bevrijd ben ik natuurlijk echt niet. 

Idealiter zou ik het natuurlijk allemaal in Ć©Ć©n leven moeten vinden...

Ik wilde gewoon doen wat ik vroeger ook deed. Gewoon doen waar ik zin in had en dus nog steeds heb. Zin in stomende affaires, dat alles nog mogelijk is, naast elkaar. Dat ik, en een heel fijne relatie kan hebben, een goed fijn warm gezinsleven, en af en toe iets nieuws, iemand nieuws kan ontmoeten, die hunkering kan voelen tot in mijn tenen. Dat dat vlammetje aangewakkerd blijft en niet uitdooft.

En idealiter zou ik het natuurlijk allemaal in Ć©Ć©n leven moeten vinden... Maar ja, dertien jaar samen zijn doet wel echt iets af aan de begeerte en de spanning. Hoe ervaar jij dat? Herken je iets van mijn zoektocht, mijn zucht naar groots en veel?

Ik legitimeer mijn behoefte, ik verklaar mijn verlangen, ik lees, ik onderzoek, ik probeer mezelf in de spiegel aan te kijken. Is het eerlijk wat ik doe? Ben ik echt? Waar gaat het echt over? Ben ik eerlijk genoeg naar mezelf en naar ons? Moet ik meer offers brengen en mijn verlangen naar vrijheid onderdrukken?

Ik voel aan alles dat hij de man is bij wie ik wil zijn. Dat we niet alles zijn is een gegeven. In heb geen romantisch ideaalbeeld meer in mijn hoofd. Hij is loyaal, lief, echt, een fijne vader, een hele fijne levenspartner. We delen zoveel, maar we delen ook dingen niet. Mijn ongebreidelde enthousiasme bijvoorbeeld. Mijn honger naar avontuur en dan bedoel ik niet eens perse het seksuele. Hij houdt van veilig, routines, eenduidigheid. Ik ook, maar niet alleen, ik floreer ook bij het onbekende.

Zo voelt het nu. Is het goed? Is het fout? Zoals het hoort? Behoort? Ik wil misschien even niet zoals het hoort. Of misschien doe ik het wel juist precies zoals het bij de meeste mensen gaat die boven de veertig zijn. Het 'is dit alles-gevoel' wat ons parten speelt. Het denken dat het beter moet, of heter šŸ˜‰, of dat het gras ergens anders groener is. Of is het nog steeds een reactie op die oude pijn van toen. Probeer ik iets op te vullen wat er niet is geweest? Een leegte die zich niet laat vullen. Gaat het daar om? En voelt het daarom soms futiel en oppervlakkig? 

Dat ik ook niet bepaald het toonbeeld ben van een sexy vrouw die graag begeerd wil worden

Inmiddels heb ik in het afgelopen jaar ook geleerd dat dat verliefde gevoel een geprojecteerd verlangen was. Dat de man in kwestie zijn eigen eigenaardigheden heeft en een doodgewone vent is, net zoals ieder ander en dat de ontmoeting weliswaar transformatief was, maar dat het vooral ging over hoe ik mezelf het liefst zie. Spannend, knap, slim en bijzonder. Van waarde. Ik doe er toe. Ik mag er zijn. Dat ik thuis na achten, als de kinderen op bed liggen, mij op de bank vlij met een deken en een serietje op Netflix, ik ook niet bepaald het toonbeeld ben van een sexy vrouw die graag begeerd wil worden, maar dat er bovenal nog best een hoop werk aan de winkel is. Misschien juist in spiritueel opzicht moet ik nog wat dieper graven? Oud zeer oplossen? 

Maar voor nu probeer ik even te accepteren dat dit het nu is, dat dit is waar ik nu sta. Dat ik ijdel ben (was ik dus nooit en nu dus wel ineens), niet oud wil worden, vol in het leven wil staan, dat dat wat oppervlakkig lijkt en misschien ook gewoon is. 

Ik ben benieuwd hoe het jou vergaat? Je gaf aan dat therapie jullie goed heeft geholpen. Blijft het geleerde ook in deze tijden overeind? Nu ik dit allemaal opgeschreven heb denk ik, wat denk je ervan? Ik kan het natuurlijk allemaal wel op de mail kwakken, maar herken je iets van dit? Heb je er een oordeel over? 

Nou ja dit was het voor nu. Weer een enorm betoog. 

Liefs Sasha